Schopenhauer: ‘Keine Hure’

Elk zichzelf respecterend medium, en dus ook een blog als dit, heeft een statuut nodig. Een Verklaring van Richtlijnen, liefst een door de schrijver hoog gehouden banier met een paar welluidende Latijnse kreten die de lezer houvast bieden.

1. Nullus sed veritas
In het hedendaags Latijn beter bekend als ‘The truth and nothing but the truth’. Een verleidelijk maar gevaarlijk adagium. De waarheid is immers de meest aanbeden en meest misbruikte liefde van de journalistiek, van de literatuur, ja, van wat niet. De waarheid is de dorpshoer die je in een winkelstraat voorbij loopt: je kent haar wel maar hérkent haar niet. En zeker niet wanneer je vrouw naast je loopt. Dit zijn mijn woorden, vrij naar Schopenhauer die de waarheid over de waarheid fraaier wist te formuleren: ‘De waarheid is geen hoer die mensen om de hals vliegt die haar niet begeren;
 ze is veeleer een zo ongenaakbare schoonheid dat niemand zeker kan zijn van haar gunsten,
ook al heeft hij alles voor haar over.’

Keine Hure
Volgens deze bron komt dit citaat (‘Die Wahrheit ist keine Hure, die sich die sich denen an den Hals wirft, welche ihrer nicht begehren: vielmehr ist sie eine so spröde schöne, dass selbst wer ihr alles opfert noch nicht ihrer Gunst gewiß sein darf.’) uit De wereld als wil en voorstelling. Aartachterdochtigen kunnen dit boek op Project Gutenberg bekijken en vaststellen dat het citaat er in voorkomt  (zoek op ‘prostitute’ en vindt: ‘Truth is no prostitute, that throws herself away upon those who do not desire her; she is rather so coy a beauty that he who sacrifices everything to her cannot even then be sure of her favour.’)

Drie stadia
Schopenhauer schreef zich het eelt op de vingers als het om De Waarheid ging. Hij noteerde ook: ‘Alle waarheid doorloopt drie stadia: allereerst wordt hij belachelijk gemaakt, ten tweede wordt hij krachtdadig tegengewerkt, en ten derde wordt hij als vanzelfsprekend aangenomen.’ De ironie wil dat over dit citaat stevig wordt geredetwist. Schopenhauerianen beweren dat deze woorden niet aan de Grote Geest ontsproten zijn. Het citaat blijft steken in het tweede stadium, en voldoet daarmee geheel aan de wetten van het eerste citaat. Waarheid kan hooguit een streven zijn, een pad naar een top die onbenaderbaar boven de mist blijft uitsteken.