‘Goede reclame ráákt je’

erik-kesselsHij jureert, stelt fotoboeken samen, ontwikkelt reclamecampagnes, creëert modecollecties, maakt kindertv én legt tussen de bedrijven door zijn privéwereld vast met een oude Polaroid en een Super 8 camera. Overal waar hij kijkt, zoekt Erik Kessels (Roermond, 1966) naar ideeën die op een authentieke manier zijn vertaald in beeld. “Dát is waar je het verschil kunt maken. Ik wil dat fotografen iets impulsiefs, iets oncontroleerbaars in hun werk behouden, iets wat een amateurfoto van zichzelf al heeft.”

Houd je zelf weleens een camera vast?
“Ik fotografeer vooral op vakantie. Veel met Polaroid, dat doe ik al twintig jaar. Ik heb ook een hoop camera’s thuis. Soms maak ik wat met een oude Rolleiflex, schitterend hoor, maar dat is me teveel gedoe. Geef mij maar een oude Polaroid, zo’n aftands klapding. Of een Super 8 camera, dat vind ik ook geweldig. Ik heb een verzameling van honderden Super 8 camera’s. Beaulieu, Eumig, Canon, noem maar op. Ik geef ze ook vaak cadeau aan mensen. Om hen te stimuleren weer te gaan filmen, écht filmen, want je kunt nog altijd Super 8 rolletjes kopen en ze laten ontwikkelen. Tegenwoordig is er ook 800 ASA materiaal beschikbaar voor Super 8. Dus die felle filmlampen van vroeger heb je niet meer nodig. Ik koop ze voor drie, vier euro op rommelmarkten. Ik herinner me dat mijn vader er vroeger een kocht voor 1900 gulden. Het mooie van Super 8 is dat er iets onvolmaakts in het beeld zit. Filmen met video is natuurlijk fantastisch, de digitale mogelijkheden zijn oneindig, mensen gaan nu zelf monteren, ze durven veel meer. Maar het is ook zo gemakkelijk. Je kunt zonder na te denken uren materiaal volschieten terwijl je Super 8 je dwingt tot voorbereiding omdat je maar drie minuten materiaal per rolletje hebt. Hetzelfde geldt voor digitale fotografie ten opzichte van Polaroid. Vroeger had je een rolletje met 36 opnamen, daar ging je niet mee stunten. Nu maakt dat allemaal niet meer uit. Een digitale camera geeft je veel meer vrijheid. De keerzijde is dat de beleving verandert. Zo verdwijnt de gewoonte om foto’s in albums en plakboeken bijeen te brengen langzaam. Digitale albums op het net zijn geen vervanging: op een gegeven moment bestaat de site niet meer of is de cd waar je je foto’s op hebt gebrand verrot. Je stelt geen collectie meer samen die lang moet meegaan, een fotoalbum heeft dat wel. Een album was vroeger een heilig iets.”

Streef jij in de foto’s die je maakt naar een adequate weergave of een artistieke expressie?
“Ik maak foto’s van dingen waar je normaal geen foto’s van maakt. Een autoband die op een raadselachtige manier tegen een muur aan leunt. Twee stoelen die zo op elkaar zijn beland waardoor het lijkt alsof ze aan het vrijen zijn. Een caravan die op zijn kop staat. En plastic stoelen, ik heb heel veel foto’s van plastic stoelen. Het zijn de meest lelijke dingen die er zijn maar, ze kunnen heel mooie vormen aan nemen. Accidental sculptures, noem ik deze beelden. Fotografie is voor mij gewoon ontspanning. Ik schiet heel veel, ik stop de foto’s in insteekmappen en kijk er heel lang niet meer naar. Op een gegeven moment ben ik op zoek naar een beeld en dan blader ik door die mappen heen. Soms vind ik dan een beeld dat ik ergens voor kan gebruiken. Dat ga ik dan bewerken.”
Is Photoshop de donkere kamer van de hedendaagse fotograaf of het instrument waarmee hij authentiek beeld manipuleert?
“Dat maakt mij niet uit. Zolang het beeld het resultaat is van een sterk idee. De fotograaf begint met een idee en als alles goed gaat, is de foto de perfecte match van al het voorafgaande. Of die foto heel gepolijst is of juist heel rauw, dat kan me niet schelen zolang het beeld correspondeert met het idee. Vijftien jaar geleden ben ik anders over beeld gaan denken. Ik werkte in Londen op een bureau en daar kwam de map voorbij van Simon Larbalestier. Ik kende het werk dat hij had gemaakt voor de hoezen van The Pixies, dat vond ik prachtig. Donkere, soms lugubere beelden van weirde situaties. Een aapje op een vuilnisbelt. Een man met een enorme mat haar op zijn rug. Ik wist niet dat hij ook reclamewerk maakte. Een paar maanden later heb ik met hem een campagne gedaan, die samenwerking was voor mij een soort openbaring, een omslagpunt. Tot dat moment zocht ik fotografen altijd uit de bekende groep. Eenmaal terug in Nederland heb ik nooit meer met de voor de hand liggende grote namen gewerkt. Ik werd heel vrij in mijn keuze, leerde snel allerlei andere mensen kennen, fotografen die niet alleen reclame deden maar ook exposeerden of boeken samenstelden. Zo werk ik nog steeds. We hebben een tijd terug een jaarverslag gemaakt voor een ziektekostenverzekeraar. Je vindt de jaarcijfers in dat verslag maar, óók het jaarverslag van een willekeurig mens. We vroegen Bertien van Maanen om een tijd lang met een man op te trekken en zijn leven vast te leggen. Een journalist schreef later zijn levensverhaal op. Het werd een mooie productie die de kwetsbaarheid van een mens weergaf – en daardoor perfect paste in het jaarverslag van die verzekeraar. Voor een Diesel-campagne hebben we een keer met Carl de Keyzer gewerkt, een Magnum fotograaf. We confronteerden hem met de vraag mode te fotograferen. Zo zoeken we steeds contrasten in de uitvoering. Ik laat fotografen volledig vrij, ga zelden of nooit naar shootings toe. Ik moet een fotograaf wel zien van te voren. Ik beoordeel ze gevoelsmatig tijdens een gesprek: met een enorme lul ga ik niet werken. Als het goed zit bij het gesprek, laat ik het gaan. Daar krijgen fotografen ook vertrouwen door. Als je als art director overal bij blijft, dan weet je misschien wel wat je krijgt maar, je wordt niet verrast. En ik word toch al zo weinig verrast. Ik zat twee weken geleden in de jury van de D&AD in Londen. Die competitie is enorm massaal geworden. Ik kwam in complete fabriekshal die vol hing met werk maar, het was een soort factory of clichés. Ik heb in achthonderd posters maar vier of vijf posters kunnen ontdekken waarin een idee op een authentieke manier was vertaald naar beeld. Die vertaling, dát is wat ik zoek, dat is waar je het verschil kunt maken.”

Erik Kessels amateurfoto
Amateurfotoverzamelaar Erik Kessels: ‘Ik word soms echt door amateurbeelden geraakt.’

Wat vertelt een amateurfoto wat een professionele foto achterhoudt?
“Het naïeve, spontane verhaal. Professionele foto’s zijn bedacht. Vaak werken fotografen op basis van een schets – ontwikkeld door de art director, goedgekeurd door de klant. En ze maken het beeld conform die schets. Vaak heeft de art director al anderhalve maand gewacht tot hij een go kreeg, dus wat wil je? Ik maak wel schetsen maar, niet voor de fotograaf. Ik gooi ze meestal weg. Ik vertel hen over het idee, de sfeer. Ik wil de fotograaf niet inperken, ik wil voorkomen dat hij zich bindt aan een beeld dat hij heeft gezien. Ik wil dat ze iets impulsiefs, iets oncontroleerbaars in hun werk leggen, iets wat een amateurfoto van zichzelf al heeft. Amateursfoto’s bezitten een soort natuurlijke schoonheid, een creatie van het toeval.”

Wordt je daar oprecht door geraakt? Of is het leedvermaak?
“Ik lach die fotografen niet uit, het zijn geen fotografen met pretenties, ze hadden geen museum in gedachte toen ze die camera op pakten. Ik word soms echt door amateurbeelden geraakt. Omdat er onbevangen naar een onderwerp is gekeken.
Ik heb weleens meegemaakt dat een fotograaf een hele campagne fotografeerde, prachtig werk was het. Maar, uiteindelijk gebruikten we de verkreukelde Polariods die hij als test had geschoten en waar hij gedurende de shoot mee in zijn broekzak had rondgelopen. Ja, het was wel even moeilijk om hem van onze keuze te overtuigen maar uiteindelijk vond hij het geweldig.”

Hoe ver gaat je voorkeur voor het authentieke beeld? Wil jij bijvoorbeeld de rauwe bestanden zien van een fotograaf? Wil je weten wat hij werkelijk heeft geschoten voordat de luchten zijn ingekleurd?
“Nee. Ik zie het eindresultaat. Of er aan geretoucheerd is, zal mij een zorg zijn. Retoucheren kan óók authentiek zijn. Een fotograaf kan er naar streven om het beeld er zo gelikt mogelijk uit te laten zien. De authenticiteit van de overdrijving. Charlie White bijvoorbeeld. Hij construeert zijn beelden, maakt alles volledig over the top, streeft niet naar een realistische weergave maar naar ultieme expressie.”

Wie bepaalt de ethische grenzen, het medium of de fotograaf? Met andere woorden: mag een oorlogsfotograaf zijn beelden bewerken?
“In principe niet. Hard nieuws is hard nieuws. Maar het gebeurt wel natuurlijk. Het beroemdste voorbeeld is die foto van die twee Russische soldaten die op de Reichstag in Berlijn die vlag overeind tillen. Eén van die soldaten heeft in het originele negatief twee horloges om. Jevgeni Chaldei, de fotograaf die werkte voor Sovjet persbureau Tass, heeft op het negatief een horloge weg moeten toveren: anders zou de hele wereld weten dat de Russen hadden geplunderd.”

Volgens Nietzsche is elk streven naar waarheid een leugen.
“Daar zit wat in. Uiteindelijk zijn we allemaal aan het verkopen. Je kunt het op twee manieren doen. In 95 procent van de gevallen ligt de leugen er dik boven op. Maar je kunt ook proberen meer over te brengen. In die broeierige sfeer die in Nederland na de moord op Pim Fortuyn ontstond, hebben we geprobeerd een sociaal statement te verpakken in een campagne voor BEN. Het was een broeierige, onrustige periode. Op de Albert Cuyp lieten we een enorme mix van mensen fotograferen. Elk portret verscheen op een abri met de kreet BEN er voor iedereen eronder. Met dit beeld verkoop je iets terwijl het merk tegelijk een geëngageerde boodschap verkondigt. Wanneer je als merk een mentaliteit kunt over brengen, moet je dat zeker niet nalaten.
‘Goeie reclame raakt je tussen de oren.”

Noem eens een paar opvallende talenten onder fotografen.
“Vivian Sassen, Bianca Pilet, Raymond Wouda, Auke Vleer en Johannes Schwartzen daar zit alweer een generatie onder, zoals Bestie van der Meer, Krista van der Niet, Diana Monkhorst, Patxi Calvo en Dorothee Meyer. Zo zie je steeds nieuwe scholen ontstaan. Koos Breukel gaf een tijd lang les op de Rietveld en daar is echt een soort stijl van portretfotografie uit voortgekomen. Die fotografen zijn nu een geweldig exportproduct. Er zijn heel veel Nederlanders die het in het buitenland goed doen. Hans van der Meer begint nu wereldwijd bekend te worden. Over een paar jaar is dat internationaal een hele grote naam. Dat vind ik leuk, daar heeft hij hard voor geknokt. Jacqueline Hassink is ook flink op weg. Zij heeft een prachtige serie gemaakt, heel droog en systematisch gefotografeerd, van vergadertafels van multinationals, The Power of the Table. Echt top. Er lijkt wel een niet stoppende aanvoer van goede mensen te zijn. Ze worden ook vaak hier naar toe doorverwezen. Het is een geweldige tijd om nu te werken. Er zijn ook nu veel meer buitenlanders aan het werk in Amsterdam, er is een melting pot ontstaan. Ik heb ook bijna geen contact meer met collega’s van vroeger. Als ik met hen praat, kan ik het niet meer kwijt. Mensen die ik geweldig vind, kennen zij niet. Als zij met iets komen, denk ik ‘ja, dat was vijf jaar geleden leuk.’ Niet arrogant bedoeld maar, er zijn zoveel mensen bij gekomen! Designers, productontwerpers, architecten, fotografen, documentairemakers – alles loopt tegenwoordig door elkaar. Het is een grote kruisbestuiving. Vroeger bestonden je collega’s uit de creatieven van de andere reclamebureaus. Nu heb ik honderden collega’s uit allerlei vakgebieden. We werken met elkaar, doen dingen met elkaar. Ik raak daar heel erg geïnspireerd door. Ook ons werk schiet allerlei kanten uit. We doen nu bijvoorbeeld elk half jaar een modecollectie voor Absolut Wodka- we ontwerpen niet zelf, we sturen ontwerpers aan, we begeleiden het hele traject. Het is hier nu vrijer dan in Engeland, dat heeft ook met de schaal van de stad en het land te maken. Als je als fotograaf in Engeland wil opvallen, móet je je specialiseren. Je moet heel goed zijn in één ding en dat kun je dan vijf jaar uitmelken. Amsterdam kent dat keurslijf niet, Amsterdam is gemaakt voor crossmedia. Een goed voorbeeld is Brain Eno. Als je in een muziekwinkel een cd van hem zoekt, ligt hij op vijf verschillende afdelingen maar, het is wel zijn muziek. Dat vind ik knap. Hij is door muren heen gebroken.”

Is er meer ruimte ontstaan – in allerlei opzichten – door het vertrek van Johan?
“Nee, hij had zich al langere tijd toe gelegd op het maken van commercials en films. De laatste tijd heeft hij alleen nog maar gefilmd. Johan en ik zijn een twee-eenheid, we scheppen ruimte voor elkaar, vullen elkaar aan. Ik kan morgen weer met Johan werken, dat zou meteen weer klikken, geen probleem. We hebben al zes, zeven jaar partners bij het bureau, waaronder twee topcreatieven Dave Bell en Tyler Whisnand. Zij zijn net zo senior als ik, dat maakt het opvangen van het vertrek van Johan gemakkelijker. Er is niet zoveel veranderd eigenlijk. Alleen de afdeling tv-productie heeft meer ruimte gekregen, daar stond vaak alles in het teken van Johan. Nu kunnen ze ook met andere mensen werken. Het is een goede beslissing geweest. Ik had het leuker gevonden als hij was gebleven maar, dan hadden er ook andere dingen in zijn hoofd moeten zitten. Anders heeft het toch geen zin. Wij zoeken nog meer de breedte op, hij gaat zich specialiseren. Ik heb die behoefte niet nee. Ik vind het geweldig om door al die dingen heen te zwemmen, uiteenlopende dingen te doen. Zo heb ik net weer een boek samengesteld, voor Magnum in Parijs. Elf Magnum fotografen hebben de Italiaanse streek Piemonte vastgelegd. Josef Koudelka zat erbij, geweldig om mee samen te werken. Met het oog op de Olympische Winterspelen van volgend jaar in Turijn, wilde de organisatie de regio in beeld brengen, zowel in boekvorm als in een expositie die door Europa gaat reizen. Ik heb de selectie gemaakt. Grappige aan het boek is dat er geen paginanummers in zitten maar coördinaten. Voor in het boek zit een kaart, als je op de coördinaten kijkt, kun je zien waar die foto is gemaakt. Kortom, met alle mogelijkheden die zich aan dienen, voel ik me als een vis in het water.”

Claus, heden en verleden
Boek
Claus, heden en verleden
Peutermanagement
IkVader.nl
Boek
Peutermanagement
Inspiratie
Film
Inspiratie
DARWIN
Filmacademie
Film
DARWIN
Pulse Urban Projects
Pulse
Web
Pulse Urban Projects
Op zoek naar de Via Appia
Reizen magazine
Reportage
Op zoek naar de Via Appia
Goed Gevoel
Tijdschriften
Goed Gevoel
Men’s Health
Tijdschriften
Men’s Health
Man of all Seasons
Tijdschriften
Man of all Seasons
Faillissementsdossier.nl
Binq Media
Web
Faillissementsdossier.nl
Immovator
Bedrijven, Websites
Immovator
Het Whisky Eiland
Reizen magazine
Reportage
Het Whisky Eiland
ING
Brochure
ING
Brochure
Trailer Babymanagement
IkVader.nl
Boek, Film
Trailer Babymanagement
Hoogvlieger uit het laagland
Service Pers
Reportage
Hoogvlieger uit het laagland
Erotomania
ELLE
Reportage
Erotomania
Het geheim van de kranensmid
Huis magazine
Reportage
Het geheim van de kranensmid
IkVader.nl
Web
IkVader.nl
Rails
Tijdschriften
Rails
ING Bank
Bedrijven
ING Bank
Reizen
ANWB Media
Tijdschriften
Reizen
Panorama
Tijdschriften
Panorama
Humor is serious business
De Zaak
Reportage
Humor is serious business
Boek, Film
Trailer ‘Een kwestie van zelfbehoud’
De hutspot van David Carson
Credits magazine
Interview
De hutspot van David Carson
Aka-pa
Best Life magazine
Column
Aka-pa
Terreur op de werkvloer
De Zaak
Reportage
Terreur op de werkvloer
Hotel Hanssen
Reizen magazine
Column
Hotel Hanssen
De Zaanse verhoor-methode
Panorama
Reportage
De Zaanse verhoor-methode
‘Goede reclame ráákt je’
Credits magazine
Interview
‘Goede reclame ráákt je’
Ingrid & Henk
Nieuwe Revu
Column
Ingrid & Henk
‘Details onthullen het geheel’
Credits magazine
Interview
‘Details onthullen het geheel’
Brief aan Van Gogh
Reizen magazine
Reportage
Brief aan Van Gogh
Chez Ilja
Seasons
Reportage
Chez Ilja
Personal (Af) Branding
Credits magazine
Web
Personal (Af) Branding
Een kwestie van zelfbehoud
De Bezige Bij
Boek
Een kwestie van zelfbehoud
‘Elke gedachte is een trigger’
Credits magazine
Interview
‘Elke gedachte is een trigger’